Bomen over boompjes en bomen

Regelmatig tref ik in de cacao- en chocoladewereld ondernemers aan die een achtergrond hebben als ontwikkelingswerker of zoiets als tropische landbouw studeerden. De komende tijd wil ik graag wat aandacht geven aan deze groep mensen. Grofweg doorloopt deze groep min of meer dezelfde fases. Eerst is er die drive om "het systeem" te veranderen of de wereld te verbeteren door landbouwmethodes te ontwikkelen. Dan komt ergens de gedachte dat met een goed product toch een goede boterham verdiend zou moeten kunnen worden, die dan weer leidt tot een carrièreswitch naar cacao- of chocoladeproducent.
Ik begin deze serie echter met het verhaal van Fatima Spalburg die een meer persoonlijke band met haar goede doel heeft.
Indonesië is het derde cacaoproducerende land ter wereld, na Ghana en Ivoorkust. Het eiland Sulawesi neemt bijna 70% van de productie uit Indonesië voor zijn rekening. Maar net als overal in de wereld staat ook in dit land het beroep van cacaoboer bijna gelijk aan armoede.
Wat doe je dan als je vanuit Nederland met je moeder op bezoek gaat bij je familieleden die cacaoboeren op Sulawesi zijn?
Fatima kocht voor €35 cacaoboompjes voor haar neef en nicht.
Eenmaal thuis in Purmerend kwamen vragen als: waarom loont cacao verbouwen niet? En waarom kan ik nergens Indonesische cacao vinden? Uiteindelijk kwam alles samen in de vraag: hoe kan het anders?
Fatima noemt het een proces, dat begon met haar reis naar Sulawesi drie jaar geleden en dat via hulp geven aan boeren om de overstap naar organische cacaoteelt te maken, heeft geleid tot de oprichting van de La Galigo Foundation eind 2018. Fatima is een vrouw met een missie, wiens betrokkenheid en verdieping in de cacao- en chocoladeproductie zich met smaken laat illustreren. Zo was vroeger een Milka Oreo-reep misschien een optie, nu proeft ze graag chocolade met fruitige smaaktonen, bijvoorbeeld een Madagaskar bean to bar reep van 70%. (Wij chocoholics kennen dit proces maar al te goed.)
Maar we keren terug naar de boompjes en bomen. In het Galigo-epos waarnaar de Stichting is vernoemd speelt de Welengren-boom een belangrijke rol. De strekking van dit verhaal is voor deze stichting de inspiratie om op biologische landbouwmethodes in te zetten. Het woord dat hierbij hoort is agroforestry. In de praktijk betekent dit dat de stichting naast bananenbomen en schaduwgewassen, Forastero-bomen in hun proeftuin heeft gepoot. Maar daar blijft het niet bij, want gewasdifferentatie hoort bij agroforestry. In die proeftuin, die geheel biologisch is, wordt nu veel studie gedaan naar welke producten als aanvulling geschikt zijn om tot een stabieler inkomen voor de boeren te komen. Opties zijn onder andere peper, zoete aardappel, papaya en kokosnoot. Er gaat dus nog wel wat gepoot worden. (Je kunt een boom adopteren.)

Met Fatima praten is als eilandhoppen in Indonesië. Er zijn zoveel opties dat je echt niet weet van waar naar waar de volgende sprong zal zijn. Via thema's als de positie van vrouwen, ontbossing en voedselveiligheid landen we  uiteindelijk bij de drie speerpunten van haar stichting, die ze me gepassioneerd uitlegt. Als eerste is er een educatiecentrum gekomen met daarbij de proeftuin. Ruimtes voor ecotoerisme moeten daar nog bij komen. Als tweede staat nu het oprichten van een collectief op het programma, zodat de 25 boeren die zich hebben aangemeld gezamenlijk op biologische productiemethodes kunnen overstappen. De proeftuin dient daarbij als voorbeeld. Het streven is om door het opgerichte collectief gecombineerd met de scholing tot kwaliteitsverbetering van de cacao te komen. Niet enkel vanwege de betere marktprijs, maar zeker ook met aan het eind van de horizon een eigen bean to bar chocoladeproductie die zich vooral op de lokale markt moet richten.
Tot slot is op dit alles het principe gotong royong van toepassing, wat staat voor collectief de lusten en de lasten dragen. In de praktijk betekent dit dat de boeren een halve dag gezamenlijk bij één van de deelnemers werken en de andere helft op eigen land.
Het mooie aan deze stichting, vind ik, is dat het verbeteren van de cacaokwaliteit er niet alleen toe dient om de kwaliteit van onze chocolade op te schroeven, maar als middel wordt gebruikt om de levensomstandigheden van mensen te verbeteren zonder dat er grote bedrijven tussen zitten. Wie de missie van Fatima en het werk van de stichting La Galigo wil ondersteunen kan dat doen via de link.

Natuurlijk begint het proeven met de reep die ik van Fatima kreeg: La Galigo 75% bean to bar. Deze reep is gemaakt door Choxplore, wat wil zeggen Mesjokke uit Utrecht. De gebruikte cacao komt van een plantage in de buurt van de proeftuin. Dit omdat La Galigo met de productie van cacao nog in de opstartfase zit en zich in eerste instantie op educatie wil richten en niet op het maken van chocolade voor de Europese markt.
Op zoek naar andere repen die bij dit artikel zouden passen kwam ik de Bonnat Surabaya 65% melkchocolade tegen. Tot slot een  reep die ik nog had liggen van Soeka Chocolate. Dit Nederlandse chocolade-initiatief dat groots begon ligt helaas op dit moment stil, maar omdat het een Sulawesi 66% reep is, zet ik hem er ter vergelijking toch naast. Proeven maar.
De La Galigo-reep ziet er mooi glimmend uit. Meteen knalt het aroma uit de verpakking. De geur heeft in de diepte geteerd hout, leer en lege whiskyvaten verborgen waarover een dikke chocoladelaag is gelegd. Het zoetige in de geur mag niet onvermeld blijven. Ik zit zeker minstens tien minuten gelukkig te zijn door het snuffelen aan deze reep. De krak is een beetje mat, maar de reep breekt makkelijk en strak. Oh wat een genot als je dit in je mond stopt. Na twee seconden begint het smelten en plotseling proef ik mandarijntjes in mijn mond. Dan komt een golf zoete chocoladesmaak ter afwisseling, waarna een klein beetje scherp zuur zich meldt dat direct weer opgaat in fruitige frisheid. Het geheel is als een goede smoothie waarin een vleugje kaneel meespeelt. Al is het mondgevoel wat stoffig en is de nasmaak wat korter dan gehoopt, ik ben heel blij deze chocolade geproefd te hebben. Puur genot.
Dan door naar de Bonnat. Ik maak hem open en weet meteen dat dit een traditionele Indonesische chocolade is. De gerookte geur, verkregen door het drogen van de bonen boven een houtvuur, is niet te ontlopen. De krak is meer een plop en de reep voelt erg vettig aan. Hij smelt weg voor je het weet. Lapsang Souchong thee in een zeer crèmige versie, maar gelukkig niet te zoet. Dit is een pure verwenreep. De rooksmaak combineert mooi met de chocolade maar laat geen ruimte voor wat anders. Gelukkig zwakt het rokerige in de nasmaak wel wat af en blijft er voor een melkreep nog lang een prettige volle chocoladesmaak hangen.
Als sluitstuk de Soeka-reep. Een flinke reep die er mooi donker uitziet. De geur is kruidig met een spoor kokos erin gemengd. Hier krijg ik een stevige krak te horen. Het smelten begint vrij vlot maar niet royaal. Mondjesmaat geeft de reep wat van zichzelf prijs. Hij helt licht over naar wat zurigs dat me aan bergamot (earl-grey thee) doet denken. Ook de smaak van macadamianoten vind ik terug. Vreemd genoeg krijgt de chocoladesmaak niet de overhand, maar juist wel de suiker. Naar mijn idee was deze chocolade nog niet helemaal af.
Als ik de smaak van beide Sulawesi repen vergelijk is mijn conclusie dat dit gebied aan smaakrijkdom veel moois te bieden heeft. Steun daarom La Galigo.














Reacties

Populaire posts van deze blog

Choco-praat: Heinde & Verre of geloof in eigen kunnen

Choco-praat: Tan Bun Skrati of Puur enthousiasme

Choco-praat: Mark Schimmel, uitgedaagd door smaak